‘Seinen staan op groen, maar we zijn nog niet klaar’
Het continue-unlessmoment voor de Einstein Telescope in de Euregio Maas-Rijn (EMR). Je zou het een tussenstand kunnen noemen. Populair gezegd: het gaat de goede kant uit en er is op dit moment geen enkele reden om voortijdig te stoppen met het haalbaarheidsonderzoek. Overigens wel met de belangrijke nuancering dat niet alle resultaten van onderzoeken nog bekend zijn en dus nog meegewogen moeten worden. Een paar vragen hierover aan Theo Reinders, de projectmanager haarbaarheidsfase.
Continue-unless. Waar gaat dat over?
Theo Reinders: “Wij werken in het projectbureau met uw en mijn belastinggeld. Dat werkkapitaal krijgen wij van onze overheidspartners omdat die vertrouwen hebben in de mogelijkheden van de Einstein Telescope. Logisch dat zij een vinger aan de pols willen houden wat betreft de voortgang en de bestedingen. Over één uitgangspunt zijn we het allemaal eens: zodra blijkt dat we de Einstein Telescope hier niet kunnen bouwen, stoppen we er direct mee. Tegen beter weten in tóch nog doorgaan met onderzoeken, zou onnodig belastinggeld kosten. Dat willen we niet. Daarom hebben we hebben we ijkmomenten ingebouwd. Die noemen we ‘continue-unless’. Oftewel: we kunnen doorgaan met het haalbaarheidsonderzoek, tenzij bij zo’n ijkmoment al duidelijk zou zijn dat het geen kans van slagen heeft.”
Wat wordt gewogen bij zo’n ijkmoment?
Theo Reinders: “Dat hangt af van de fase waarin we zitten. Bij de laatste keer is vooral gekeken of de bouw van cavernes en tunnels voor de Einstein Telescope in de ondergrond in onze regio mogelijk is. Zou die diepere bodem de bouw van de telescoop onmogelijk maken, dan stoppen we. Dat is gelukkig niet aan de orde. Meer specifiek zijn de vorderingen en de al beschikbare resultaten van de boringen in 2024 en 2025 bekeken. Daarnaast heeft de manager die verantwoordelijk is voor het onderzoek naar de tunnelbouw vanuit zijn perspectief gekeken en geconcludeerd dat er geen zogenoemde showstoppers zijn.”

Kunt u iets meer vertellen over de resultaten?
Theo Reinders: “Het belangrijkste resultaat is dat we kunnen constateren dat de ondergrond, toestaat dat er tunnels en cavernes kunnen worden gebouwd. Niets wijst er op dit moment op dat de aanleg van de Einstein Telescope én de werking ervan niet haalbaar is. Dat hebben we kunnen vaststellen op basis van de kennis van de ondergrond. Die hebben we op een rij gezet door de resultaten van de boringen in verband te brengen met de civieltechnische eisen voor tunnelbouw. We hadden dat op basis van historische kennis verwacht, maar het is toch waardevol en belangrijk om dat op basis van onderzoek te kunnen bevestigen.”
Het ging niet alleen over de aanleg, maar ook al over het installeren van installaties voor de Einstein Telescope?
Theo Reinders: “Klopt. Met de geologische kennis die we hebben opgedaan hebben we gezien hoe de geologie de civieltechnische structuur gaat beïnvloeden. Maar we keken niet alleen naar geologie en of we een tunnel en cavernes kunnen bouwen. We hebben ook gekeken of er mogelijkheden zijn om aan- en afvoer van materieel en materialen slim te organiseren. En daarbij ook of er nu al belemmeringen opduiken om technische installaties ook in het ontwerp te kunnen inpassen. Denk dan aan ventilatie, liften of pompen. Tenslotte hebben we een eerste toets gedaan of we in het ontwerp veiligheid kunnen borgen en kunnen voldoen aan voorschriften daarover.”
Is dan de eindconclusie dat die bodem definitief geschikt is?
Theo Reinders: “Nee, zover is het nog niet. We doen nu de laatste boringen om de bodem verder in kaart te brengen. En we moeten nog resultaten krijgen van hydrologisch onderzoek en van ruismetingen. Die zijn ook erg belangrijk. Daarbij hoort dan ook de vraag hoe we bijvoorbeeld eventuele issues over grond- of oppervlaktewater kunnen oplossen en hoe we omgevingsruis kunnen dempen zodat de telescoop daar diep onder de grond geen hinder van heeft.”
Speelt de omgeving oftewel de situatie boven de grond ook een rol?
Theo Reinders: “Bij dit ijkmoment is al een voorzichtig eerste doorkijkje naar de omgevingsaspecten meegenomen. Dat leverde ook geen rode vlag op. Maar het was slechts een eerste indicatie omdat veel omgevingsonderzoek nog loopt. Slimme logistiek, energie, duurzame verwerking van de grond die we uitgraven, participatie van inwoners, om een paar voorbeelden te noemen. Kortom, we zijn er nog niet.”
Is zo’n ijkmoment reden voor een feestje?
Theo Reinders: “Zolang er geen showstoppers of rode vlaggen zijn, kunnen we gewoon verder. We zijn natuurlijk wel even blij, maar er wacht ons nog te veel werk om dat te vieren. Het gaat echt om een tussenstand. Die is dus tevredenstellend. De seinen staan op groen, maar we zijn niet klaar. Zoals gezegd moeten nog veel resultaten binnenkomen. Continue-unless heeft vooral te maken met de vraag naar een verantwoorde besteding van belastinggeld.”
Wanneer is er dan wel reden voor dat feestje?
Theo Reinders: “Het is sowieso al een feest om voor zo’n project te mogen werken. Dat vinden mijn collega’s binnen het project ook. De grootste mijlpaal is eind dit jaar het opleveren van ons bidbook. Dat is misschien wel een feestje waard. Maar het echte feest volgt hopelijk in 2027. Dan wordt de locatiekeuze voor de Einstein Telescope bekend gemaakt. We gaan er van uit dat we dan een stevig feestje kunnen vieren.”




