Meteen naar de content

Technologiebedrijven ontdekken kansen bij ETpathfinder

Vijftig technologiebedrijven uit Vlaanderen en Nederland kwamen eind maart samen bij de ETpathfinder in Maastricht. Tijdens deze bijeenkomst van het Smart Skills Lab kregen zij een unieke inkijk in de technologieën achter de Einstein Telescope én ontdekten ze hoe deze kennis hun eigen innovatie kan versnellen. Het Smart Skills Lab is een initiatief van de Faculty of Science and Engineering (FSE) van de Universiteit Maastricht en haar 16 partners.

Blik achter de schermen

Voor veel deelnemers was het de eerste keer dat zij de ETpathfinder van dichtbij zagen: de testfaciliteit waarin technologieën voor de Einstein Telescope worden ontwikkeld en getest. Die eerste ontmoeting bleek meteen waardevol. Bedrijven kregen inzicht in de technologie én in de mogelijkheden om bij te dragen, bijvoorbeeld als leverancier van componenten.

Ondernemers bezoeken ETpathfinder

Brug tussen wetenschap en praktijk

Het Smart Skills Lab slaat een brug tussen fundamenteel onderzoek en de dagelijkse praktijk van bedrijven. Het project vertaalt geavanceerde technologie naar concrete toepassingen en vaardigheden.

“Voor wetenschappers is het logisch waar ze mee bezig zijn,” zegt projectleider Smart Skills Lab Mels Prop. “Maar ondernemers kijken anders: wat betekent dit voor mijn product of proces? Daar helpen wij bij.” Dat gebeurt via trainingen, workshops en detacheringen. “Bedrijven kunnen samenwerken met een van de elf gepromoveerde technologie-experts of deelnemen aan praktische sessies, bijvoorbeeld in een cleanroom.”

De wetenschappelijk ‘baas’ en man achter de ETpathfinder Stefan Hild onderstreept het belang om bedrijven met die ETpathfinder te laten kennismaken: “Bedrijven zorgen ervoor dat de technologie echt wordt toegepast.”

Stefan Hild, projectleider ETpathfinder

Technologieën met brede impact

Tijdens de bijeenkomst maakten bedrijven kennis met technologieën als optica, trillingsdemping, robotica en regeltechniek. Technologieën die niet alleen voor de Einstein Telescope relevant zijn, maar ook voor sectoren als machinebouw en automotive. Dat betekent dat bedrijven de bij Smart Skills Lab opgedane kennis en resultaten straks ook in andere projecten of voor andere klanten dan alleen voor de Einstein Telescope kunnen inzetten. Dat maakt hun positie sterker. 

Zo liet Guido Alex landolo (Universiteit Maastricht) zien hoe uiterst precieze ophangsystemen breder inzetbaar zijn. Jesse van Dongen (Zuyd Hogeschool) benadrukte het belang van automatisering in cleanrooms: “Mensen zijn vaak de grootste bron van vervuiling. Automatisering is dus noodzakelijk.”

Hans van Haevermaet (Universiteit Antwerpen) liet zien hoeveel handmatig werk er nog nodig is bij het bouwen en kalibreren van sensoren. Juist daar liggen kansen voor bedrijven om processen te verbeteren en op te schalen.

Andere experts van de universiteiten in Leuven en Gent lieten zien hoe technieken voor trillingscontrole, sensoren en optische componenten direct toepasbaar zijn in sectoren zoals de machinebouw en automotive industrie.

Bedrijven zien concrete kansen

Voor sommige bedrijven sluiten die kansen direct aan op hun dagelijkse praktijk. Zo zien Guido Van Sint Feijth en Gaston Soons van Vidar uit Sittard mogelijkheden vanuit hun technische werkplaats, waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken. “Wij maken halffabricaten zoals kabelinstructies. Misschien kunnen we in de toekomst ook onderdelen leveren voor de Einstein Telescope. Hoe mooi zou het zijn als onze mensen daaraan kunnen bijdragen?”

Die praktische blik klinkt ook door bij andere deelnemers. Zo stelt Harry Gielen van metaalconstructiebedrijf Bervoets uit Tessenderlo het nuchter: “Als het van metaal is, kunnen wij het maken. Van fijn tot grof. We leveren graag een bijdrage aan de infrastructuur van de Einstein Telescope.”

Ook in de hightechsector worden kansen gezien. Bettino Maessen van Faulhaber uit Eindhoven wijst op de rol van precisietechnologie. “Er zijn veel nauwkeurige bewegingen nodig in dit soort installaties. Daar kunnen wij aan bijdragen.”

Dat sluit aan bij de bredere rol die bedrijven kunnen spelen, ziet Rainier van Montfort van PDM Group uit Maastricht. “We werken al voor hightechbedrijven zoals ASML. Voor de Einstein Telescope kunnen we meedenken in technische ontwikkeling, onderdelen realiseren en bijdragen aan beheer en onderhoud.”

Van kennismaking naar actie

De eerste verbindingen ontstonden al tijdens de bijeenkomst zelf. Tijdens en na de presentaties haakten bedrijven direct in op vragen van technologie-experts, waaruit concrete gesprekken voortkwamen. Juist die uitwisseling is essentieel, benadruktMels Prop: “De vragen van bedrijven helpen ons om het aanbod verder aan te scherpen.”

De komende maanden volgen de experts eerst nog trainingen waar ze leren om hun kennis goed over te brengen. Later dit jaar volgen de eerste workshops en detacheringen. Bedrijven kunnen dan concreet aan de slag met technologieën uit de ETpathfinder, ondersteund door experts uit het netwerk.

Mels Prop voegt daaraan toe: “Deelname is laagdrempelig en kosteloos voor mkb-bedrijven in de regio.” Wat opvalt, is de brede insteek van het project: van mbo tot universiteit, van theorie tot praktijk. Mels Prop: “Juist die combinatie moet ervoor zorgen dat kennis niet blijft hangen in het lab, maar daadwerkelijk landt op de werkvloer.”

Een blik vooruit

De interesse vanuit het bedrijfsleven is groot en de basis voor samenwerking is gelegd. De komende periode moet blijken hoe deze contacten uitgroeien tot concrete innovaties. Eén ding is duidelijk: met de ETpathfinder als proeftuin ligt er een stevige basis om technologie en ondernemerschap dichter bij elkaar te brengen en samen bouwen aan de toekomst van de Einstein Telescope. Én door mee te werken versterken bedrijven hun eigen positie.

Share this article