Tevredenheid over onderzoek naar ruis
Het is een belangrijk onderwerp van de haalbaarheidsstudie naar de Einstein Telescope in de Euregio Maas-Rijn: hoe hinderlijk is ruis van bijvoorbeeld spoorwegen of industrie die tot diep in bodem doordringt? De resultaten van het ruisonderzoek zijn heel positief, maar nog niet compleet. Met die disclaimer toch alvast een paar vragen aan wetenschappelijk directeur Stan Bentvelsen.
Eerst even: hoe ziet zo’n onderzoek eruit?
Stan Bentvelsen: “Om een goed beeld van ruis of trillingen in de bodem te krijgen, doen we seismisch onderzoek. Een sensor registreert gedurende een periode, meestal enkele weken, de seismische trillingen die worden veroorzaakt door mens en natuur, bijvoorbeeld van stromend water, industriële bedrijven, windturbines, treinverkeer of van een landend vliegtuig. We plaatsen een sensor diep in een boorgat met een speciale kabel die tot de bodem van het boorgat reikt, en een andere sensor aan het oppervlak, in de buurt van het boorgat. Op die manier kunnen we de trillingen aan het oppervlakte zien en we bestuderen hoeveel daarvan overblijft op diepte, op de plek waar de Einstein Telescope wellicht zou kunnen komen te staan.”

We begrijpen dat die eerste resultaten van ruisonderzoek vanuit de omgeving er goed uitzien…
Stan Bentvelsen: “Ja, dat klopt inderdaad. Dit is een belangrijk deel van het onderzoek en het was wel spannend hoe dat zou uitpakken. De Einstein Telescope kan immers alleen maar goed functioneren als die trillingen – wij spreken altijd van ‘noise’ – er helemaal niet zijn of de aanwezige noise met speciale maatregelen weggefilterd kan worden. Met de kanttekening dat we op één locatie nog moeten meten, zijn de resultaten die we hebben ‘goed’ te noemen.”
Hoe bepaal je dat dan?
Stan Bentvelsen: “We hebben jaren geleden al een boring gedaan in Terziet (gemeente Gulpen-Wittem). Het resultaat van de ruismeting naar dat boorgat beschouwen we als onze nullijn. Méér ruis dan in Terziet zou een slechte uitslag zijn. Maar metingen bij boorgaten in Hoof (gemeente Welkenraedt) en Beusdael (gemeente Plombières) laten gelukkig aanmerkelijk minder ruis zien. De grafiekjes tonen de sterkte van de trillingen, afhankelijk van hun frequentie, die in Herz worden gemeten. En die zitten onder het niveau van Terziet. Dat is gunstig en daar zijn we erg blij mee. De resultaten zijn anderhalve week geleden aan de Taskforce gepresenteerd.”


Staat daarmee vast dat de Einstein Telescope in deze Euregio kan worden gebouwd en ook waar die precies gaat komen?
Stan Bentvelsen: “Laat ik het zo zeggen: het ziet er vanuit ondergronds perspectief zeer bemoedigend uit.”
Wat moet er nog gebeuren?
Stan Bentvelsen: “Zoals gezegd moeten we de ruis bij de boorlocatie in Asse nog meten. Dat is door een aantal factoren nog niet uitgevoerd, we hebben wat vertraging opgelopen. Dat gaat dus nog gebeuren. Maar toch kun je er al wat over zeggen, namelijk dat de sensoren aan de oppervlakte laten zien dat het daar veel rustiger is dan in de omgeving van de andere boorgaten. Zodoende maken we ons er niet echt veel zorgen over, maar onderzoek moet dat uiteraard nog aantonen. Ook moeten er nog enkele analyses worden afgerond.”
En dan?
Stan Bentvelsen: “Onze grootste uitdaging wordt nu het bestuderen van andere type trillingen. Eén ervan is de zogenaamde ‘Newtonian noise’. Dat is een nogal subtiel effect dat wordt veroorzaakt door de wisselwerking van de seismische trillingen met de geologie. Het bepaalt uiteindelijk hoe goed de Einstein Telescope gaat werken. En verder moeten we ook subtiele magnetische trillingen in kaart brengen die typisch veroorzaakt worden door treinen in de regio, en we bestuderen zelfs infrasoon geluid, dus geluid met een hele lage frequentie.”
Dan is nog best veel te doen. Lukt dat allemaal op tijd? Het bidbook wordt eind dit jaar verwacht?
Stan Bentvelsen: “De onderzoeken blijven doorgaan terwijl er al aan het bidbook wordt gewerkt. Tot op de laatste dag. Wat mensen moeten beseffen, is dat het uiteindelijk om een zo nauwkeurig mogelijke benadering van de haalbaarheidsvraag gaat. Kunnen we de telescoop hier bouwen op een manier dat hij goed gaat werken? Mensen verwarren dat weleens met een tot op de laatste komma uitgewerkt uitvoeringsplan. Dat is echt iets anders en pas voor een later stadium.”
U sprak over ‘speciale maatregelen’ om een teveel aan ruis te filteren. Stel dat het nodig zou zijn, waar bestaan die dan uit?
Stan Bentvelsen: “Bij mitigerende maatregelen moet je denken aan het plaatsen van een aantal sensoren rondom de plek waar de Einstein Telescoop staat. Met die sensoren kun je als het ware de seismische trillingen zien aankomen, en voorspellen welk effect ze hebben op de metingen van de Einstein Telescope. En daarmee weet je dat die trillingen geen zwaartekrachtsgolven zijn en kun je ze wegfilteren.”
That’s it?
Stan Bentvelsen: “Ja, maar zo ver is het nog lang niet. We moeten eerst de Einstein Telescope bouwen en in bedrijf stellen. En als je naar de huidige fase kijkt: we moeten eerst het bid winnen om deze prachtige infrastructuur naar de Euregio Maas-Rijn zien te krijgen. Ik heb er goede hoop op!”


