Nieuw seismisch onderzoek zet puntjes op de i
Vanaf 7 september starten tegelijkertijd twee verdere onderzoeken naar de seismiek in het zoekgebied en verdere omgeving voor de Einstein Telescope. Evenals bij eerdere onderzoeken, onder andere dit voorjaar, gaat het ook hier om ruis en trillingen in kaart te brengen, die de werking van de Einstein Telescope kunnen beïnvloeden. Daarnaast levert seismisch onderzoek een beeld op van de samenstelling van de bodem op grote diepte.
Seismiek is onderdeel van het onderzoek naar de haalbaarheid van de Einstein Telescope. We hopen de Einstein Telescope in het grensgebied van Nederland, België en Duitsland op 250 tot 300 meter onder de grond te kunnen bouwen.
Dertig gemeenten
In navolging van onderzoek afgelopen voorjaar worden in 30 gemeenten in Wallonië, Duitstalig België, Belgisch én Nederlands Limburg en in de Duitse regio Aken ongeveer 30 dagen in totaal 550 geofoons geplaatst.
Geofoons zijn kleine seismometers die deze trillingen opvangen. Op deze manier kan omgevingsruis van bijvoorbeeld industrie, stromend water van beken of spoorwegen worden geregistreerd ten opzichte van locaties waar eerder diepteboringen hebben plaatsgevonden.
Met gemeenten en de eigenaren van locaties waar een of meer geofoons worden geplaatst, zijn afspraken gemaakt over toestemming en duur van het onderzoek. Er zijn geen speciale verkeersmaatregelen nodig en het onderzoek levert geen overlast op.
Het onderzoek wordt in opdracht van het Projectbureau Einstein Telescope uitgevoerd door de Universiteit Luik, het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) en RTWH Aken.
Rondrijden
Tegelijkertijd start in een klein deel van het buitengebied van de gemeenten Plombières, Welkenraedt, Gulpen-Wittem, Dalhem en Herve een ander type seismisch onderzoek. Tijdens dit onderzoek rijdt een kleine tractor met seismische, elektrische meetapparatuur over een route en stuurt daarbij trillingen in de bodem, gericht op het bereik van een lage (Hertz-)frequentie. Langs de route registreren geofoons de weerkaatsing van zo’n trilling. De geofoons zijn tijdelijk langs de route geïnstalleerd en worden na de meting weer opgehaald.
‘Sweep’
Tijdens het onderzoek worden de geofoons handmatig geïnstalleerd. De tractor met de meetapparatuur (zie foto) voert vervolgens de metingen uit. De tractor maakt hiervoor korte stops om de trillingen in de grond te sturen. Zo’n stop (de ‘sweep’) duurt gemiddeld één minuut. Dan rijdt de tractor ongeveer vier meter verder voor de volgende stop.
De metingen in de gemeenten Plombières, Welkenraedt en Gulpen-Wittem gebeuren overdag en de metingen in Herve en Dalhem ’s nachts.

Informatiebrief
Het onderzoekstraject bestaat uit routes van gemiddeld enkele kilometers lang. Deze geofoons worden na elke route opgehaald, uitgelezen en daarna schoongemaakt. Vervolgens worden ze bij de volgende route opnieuw ingezet. In totaal gaat het om een traject van 12 kilometer. Omwonenden van het traject zijn of worden tijdig per brief geïnformeerd over het onderzoek. Uitvoerder van het onderzoek is Faraday Geophysics.
De geofoon
Bij beide onderzoeken worden verschillende geofoons gebruikt.

Bij de 550 geofoons die 30 dagen ruis meten, gaat het om kleine, dichte plastic boxen van 10 x 10 centimeter met een ingebouwde ruismeter. Het apparaatje maakt geen geluid en zendt geen signalen uit. Er zit aan de bovenkant een heel zwak LED-lichtje dat aangeeft of de geofoon in werking is. We graven de geofoons op ongeveer 15 centimeter diep in de grond en na drie tot vier weken halen we ze op en maken het gat in de grond weer dicht. Het heeft geen gevolgen voor het gebruik van het terrein gedurende die weken. De impact is vrijwel nihil.
Bij de geofoons die worden gebruikt tijdens het onderzoek met de tractor met meetapparatuur die trillingen in de grond brengt, gaat het om nog kleinere exemplaren (10 x 4 centimeter). Deze worden op elke plek maar één keer gebruikt en maximaal enkele dagen na de ‘sweep’ weer opgehaald.

